HomeOnderwerpen

Werk en falen

Je inzet is van jou, de uitkomst nooit helemaal. Op dat gat zijn loopbanen gebouwd, en de meeste beroepsmatige crises ook. Hier oefen je het scheiden van het werk dat je deed en het oordeel dat de wereld erover velde, zonder dat het een het ander gaat verontschuldigen.

47 oefeningen en casussen over werk en falen, vanuit de stoïcijnse gewoonte om te sorteren wat van jou is en wat niet.

Casussen bij dit onderwerp

Musonius Rufus en de kaalste rotsWerk en falenCato en de verloren verkiezingWerk en falenChrysippus en het onopvallende werkWerk en falenArrianus en de aantekeningenWerk en falenRegulus en de belofte terug te kerenWerk en falen

Splitsingen bij dit onderwerp

Haal de situatie uit elkaar. Elk stuk gaat in één bakje; een derde optie is er niet.

De situatie
Je wordt gepasseerd voor een promotie die je collega krijgt.
Van jou
  • Of je je twee jaar inzet laat ontwaarden door dit besluit.
  • Of je je collega feliciteert.
  • Of je vraagt wat er nodig was geweest.
Niet van jou
  • Dat de beslissing al genomen was voordat jij het hoorde.
  • Wat je leidinggevende over je capaciteiten denkt.
  • Dat je collega beter is in zichzelf laten zien.
De situatie
Je hebt een fout gemaakt die het hele team raakt.
Van jou
  • Of je het zelf meldt voordat iemand het ontdekt.
  • Of je uitlegt wat er gebeurde of uitlegt waarom het niet jouw schuld was.
  • Of je één ding verandert zodat het niet nog eens gebeurt.
Niet van jou
  • Hoeveel werk het je collega's kost om het recht te zetten.
  • Of je leidinggevende het je nadraagt.
  • Dat je je er beroerd over voelt.
De situatie
Je project wordt na een jaar werk geschrapt.
Van jou
  • Of je het werk zo overdraagt dat een ander het kan oppakken.De laatste handeling in een geschrapt project is de enige die nog waarde toevoegt, en het is de handeling die het vaakst achterwege blijft.
  • Of je vastlegt wat je geleerd hebt voordat je het vergeet.Een jaar werk levert kennis op die los staat van de uitkomst. Wie dat niet opschrijft in de weken erna, verliest naast het project ook nog de opbrengst.
  • Of je je collega's vertelt wat er wel goed ging.Zij hebben hetzelfde jaar gewerkt en horen nu alleen dat het weg is. Dat je benoemt wat er stond, is klein en het is van jou.
Niet van jou
  • Dat het geld naar iets anders gaat.Een besluit van een directie met een begroting. Er is geen versie van dit besluit waarin jouw jaar de doorslag gaf.
  • Of het achteraf een verstandig besluit blijkt.Dat weet je over twee jaar en misschien nooit. Er is geen enkel nut in het bewijzen van je gelijk over een pad dat niet gelopen wordt.
  • Dat je er verdrietig om bent.Een jaar werk waar je in geloofde is niet niets. Dat je het voelt is geen gebrek aan professionaliteit maar het bewijs dat je er iets van vond.
De redenering. Bij een geschrapt project gaat bijna alle energie naar de vraag of het terecht was. Dat is de linkerkolom, en die is gesloten. Rechts staat een lijstje van een week: overdragen, vastleggen, benoemen. Wie dat doet, houdt van een verloren jaar iets over dat niemand meer kan schrappen.
De situatie
Je haalt de deadline niet door vertraging van een leverancier.
Van jou
  • Hoe je de klant informeert en wat je voor de volgende keer inbouwt.Tijdig aan de bel trekken, eerlijk zijn over de schade, marge inbouwen of een tweede leverancier achter de hand houden: dat is jouw helft. Wie alles op de leverancier schuift leert niets; wie alles op zich neemt, draagt andermans deel.
Niet van jou
  • Dat de leverancier te laat leverde.Zijn planning, zijn problemen, zijn vertraging: dat speelde zich af in zijn bedrijf, buiten jouw bereik. Je kunt er een les uit trekken over afspraken maken, maar de vertraging zelf was nooit van jou.
  • Of de klant je uitleg gelooft.Je kunt eerlijk zijn, op tijd zijn en een plan meesturen; of het vertrouwen daarmee herstelt, beslist hij, op zijn tempo. Wie ook dat nog wil afdwingen, gaat trekken aan iets wat alleen kan groeien.
De redenering. De vertraging was zijn verhaal; het vervolg is het jouwe. Wie alleen zijn eigen helft draagt, houdt handen over om er iets mee te doen.
De situatie
Je krijgt een grote opdracht en voelt de druk om te presteren.
Van jou
  • Je planning, je kwaliteit, en tijdig hulp vragen.De opzet van het werk, verwachtingen helder houden met de opdrachtgever, aan de bel trekken voordat het knelt: dat is allemaal vandaag te doen en van niemand anders. Groot werk vraagt geen extra spanning, alleen een scherpere verdeling van je aandacht.
Niet van jou
  • Of het eindresultaat aanslaat.Hoe de markt reageert en wat anderen ervan vinden, speelt zich af nadat jouw werk je handen heeft verlaten. Je kunt het beïnvloeden met kwaliteit, maar besturen kun je het niet; dat kon nog nooit iemand.
  • De verwachtingen die anderen erbij voelen.De hoop van je opdrachtgever, de blikken van collega’s die meekijken: hun spanning is hun deel. Jij hoeft alleen jouw werk te dragen, niet ook nog hun verwachting ervan. Twee ruggen voor één last is te veel.
De redenering. De druk ontstaat als je beide helften tegelijk draagt, en zakt zodra je alleen je eigen helft optilt.
De situatie
Je offerte wordt afgewezen: te duur, zegt de klant.
Van jou
  • Jouw prijs, je uitleg van de waarde, en je klantkeuze.
Niet van jou
  • Het oordeel van de klant en zijn budget.
  • Wat de concurrent voor hetzelfde vraagt.
De situatie
Je ontdekt dat je weken geleden een fout hebt gemaakt die niemand nog heeft gezien.
Van jou
  • Hem nu melden of laten sudderen.Dit is het enige deel van de gebeurtenis waarin nog iets te kiezen valt, en het is helemaal van jou. De verleiding om te zwijgen verwart wat gebeurd is met wat komt; het eerste stuur je niet meer, het tweede volledig.
Niet van jou
  • De fout die je weken geleden maakte.Die ligt in het verleden, en geen mens maakt iets ongedaan. Hij is verhuisd naar het bakje van de feiten, naast het weer van vorige maand.
  • Hoe hij reageert als hij het hoort.Zijn schrik, zijn ergernis of zijn schouderophalen: dat speelt zich af in zijn hoofd, en geen formulering van jou bepaalt de uitkomst. Wie wacht op de garantie van een milde reactie, wacht op iets wat niemand kan geven.
De redenering. De fout is geschiedenis; de melding is heden. Alleen in dat tweede woon je nog.
De situatie
Je krijgt er per direct de taken van een vertrokken collega bij.
Van jou
  • Het gesprek over prioriteiten.Er komt werk bij, dus er moet iets af of langzamer; die rekensom mag jij hardop maken, met de lijst op tafel. Wie zwijgend alles opvangt, leert de organisatie dat het past, en klaagt daarna over een les die hij zelf heeft gegeven.
  • Het stille bewijs dat je wilt leveren dat jij dit wél aankunt.Ergens lokt de eer van de onmisbare die het allemaal opvangt. Maar wie zwijgend dubbel werk draagt om iets te bewijzen, bewijst uiteindelijk alleen dat het kan. De rekensom hardop maken is niet zwak; het is de enige vorm van sterk die hier telt.
Niet van jou
  • Het vertrek van je collega, en het besluit om niet te vervangen.Dat is boven jouw hoofd genomen, in kamers waar jij niet zat. Het werk is er, en verontwaardiging maakt de stapel niet kleiner.
De redenering. Het besluit viel zonder jou; de rekensom die erop volgt, hoort juist hárdop en met jou erbij.
De situatie
Je hebt een fout gemaakt en je leidinggevende weet het nog niet.
Van jou
  • Het moment waarop hij het hoort, en van wie.Zelf melden verandert de feiten niet, maar wel het verhaal eromheen, en dat is het enige deel waarin je nog iets te zeggen hebt. Elke dag wachten maakt dat deel kleiner.
Niet van jou
  • De fout, en hoe je baas gaat reageren.Het eerste is gebeurd en verhuisd naar de feiten; het tweede speelt zich af in zijn hoofd. Geen van beide laat zich vanaf jouw bureau besturen.
  • Wat hij inmiddels al vermoedt.Misschien weet hij allang iets, misschien niets; wat er nu in zijn hoofd zit, is verzegeld terrein. Elke inschatting die je maakt is een gok die je melding uitstelt. Je hoeft zijn kennis niet te kennen om jouw zet te doen.
De redenering. De fout is geschiedenis, de reactie is de zijne; alleen de bode kun je nog kiezen, en de beste bode ben jij.
De situatie
Je krijgt de leiding over een team dat de vorige leidinggevende graag mocht.
Van jou
  • Hoe je luistert, en welke afspraken je nakomt.
Niet van jou
  • De vergelijking met je voorganger, en hun aanvankelijke reserve.
  • Wat ze onderling over je zeggen.
De situatie
Een klant is boos over iets dat een collega heeft veroorzaakt.
Van jou
  • Het probleem nu oplossen, en het gesprek daarna.Eerst namens je organisatie de klant helpen, daarna intern het gesprek met je collega. Twee gescheiden bewegingen; wie ze door elkaar haalt, doet er geen van beide goed.
  • De verontwaardiging dat jij dit mag oplossen.“Waarom ik, het was zijn fout” is een terechte vraag op het verkeerde moment. Ze verandert niets aan de klant die nu wacht, en ze lekt door in je toon als je haar meeneemt het gesprek in. Parkeer haar tot het interne gesprek; daar is ze wél op haar plek.
Niet van jou
  • De fout van je collega, en de boosheid van de klant.Allebei al gebeurd, allebei buiten jouw bereik, en jezelf verdedigen met “dat was ik niet” helpt niemand; de klant zoekt geen dader maar een oplossing.
De redenering. De klant krijgt de oplossing, de collega het gesprek, en jij houdt de volgorde; meer rollen zijn er hier niet.

Stellingen bij dit onderwerp

Waar of onwaar? Het antwoord staat erbij; de redenering erachter krijg je bij het oefenen.

Gebeurtenissen bij dit onderwerp

Elke gebeurtenis staat hieronder al gesorteerd: van jou, niet van jou, of allebei. Dat sorteren is de oefening.

Oefen dit zelf

Yours, Not Yours · Een stoïcijnse oefenplek · Alle casussen · Vraag of suggestie