Cato de Jongere stelde zich kandidaat voor het consulaat van 51 voor Christus, het hoogste ambt van de republiek. Hij was achterkleinzoon van Cato de Oudere en gold als het levende geweten van Rome.
Stemmen kopen was in die jaren zo gewoon dat kandidaten er leningen voor afsloten; er bestonden tussenpersonen die per district leverden. Cato weigerde. Hij had als praetor bovendien wetten doorgevoerd om omkoping te bestraffen, wat hem bij precies die kiezers weinig geliefd maakte.
Hij verloor. Zijn vrienden waren ontroostbaar; zij vonden het een schandaal voor de stad. Cato hield zijn gewone dagritme aan. Hij liep op blote voeten, speelde balspel op het Marsveld, at, nam een bad en las. Toen iemand vroeg hoe hij zo kalm kon blijven, antwoordde hij dat hij alles had gedaan wat een kandidaat behoort te doen.
De republiek waarvoor hij bleef werken had nog acht jaar te gaan. In 49 stak Caesar de Rubicon over en brak de burgeroorlog uit. Cato koos de kant van de republikeinse instellingen tegen de man die ze zou vervangen, en dat was geen keuze voor Pompeius, van wie hij weinig moest hebben, maar tegen alleenheerschappij.
Na de nederlaag bij Pharsalus leidde hij de resten van het leger door de Libische woestijn. In 46, na de definitieve nederlaag bij Thapsus, stierf hij in Utica. Caesar zou hebben gezegd dat hij hem zijn dood misgunde, omdat Cato hem daarmee de kans op vergiffenis had ontnomen.
Zijn naam werd daarna een symbool. Voor Seneca was hij het bewijs dat deugd bestaat; voor Lucanus de held van zijn epos.
Je hebt alles goed gedaan en verloren, en de reden dat je verloor is precies datgene waar je trots op bent.
De verleidelijke sortering is dat Cato zijn nederlaag niet erg vond. Plutarchus laat juist zien dat de mensen om hem heen het wél erg vonden en dat hij hen moest kalmeren; hij verdedigde een houding, en dat kost moeite.
De splitsing zit in zijn eigen antwoord. Een kandidaat kan doen wat een kandidaat behoort te doen: zich beschikbaar stellen, zijn zaak bepleiten, zich laten zien. Daar houdt zijn deel op. Wat de kiezers besluiten is van hen, en dat verandert niet doordat je het belangrijker vindt.
De scherpte zit in wat hij wél had kunnen doen. Hij had kunnen winnen; er lag een pad, en het was het gebruikelijke pad. Hij koos ervoor dat pad niet te nemen, en dat is een besluit binnen zijn bakje. De uitslag was daarmee geen tegenslag maar een gevolg dat hij vooraf had aanvaard.
Dat het balspel en het bad in de overlevering zijn blijven hangen, is niet toevallig. Wie zijn dag ongewijzigd voortzet, laat zien waar de uitslag stond in zijn rangorde.
Er is een reëel bezwaar dat toen al werd gemaakt. Door niet te winnen liet Cato het ambt aan iemand anders, en die iemand zou de republiek niet verdedigen zoals hij dat zou hebben gedaan. Zuiverheid die het veld ruimt voor de minder zuivere is een dure vorm van gelijk hebben.
Cicero, die hem bewonderde, verweet hem precies dit: hij deed alsof hij in de ideale staat van Plato leefde in plaats van in het Rome van Romulus. Wie gelijk wil krijgen in een wereld die niet meewerkt, moet ergens kiezen tussen zijn beginselen en zijn invloed, en Cato koos consequent het eerste.
Waar speel jij een spel waarvan je de regels eigenlijk afkeurt, omdat verliezen erger voelt dan meebuigen? Wat zou het kosten om te verliezen zoals Cato?
Yours, Not Yours · Een stoïcijnse oefenplek · Alle casussen · Vraag of suggestie