HomeCasussen
Werk en falen

Chrysippus en het onopvallende werk

Chrysippus kwam uit Soli in Cilicië, een provinciestadje ver van Athene, en werd rond 230 voor Christus het derde hoofd van de Stoa. Hij was geen inspirerend spreker en geen aantrekkelijke persoonlijkheid; wat hij deed was ordenen.

De Stoa die hij aantrof was een verzameling inzichten. Zeno had de richting bepaald, Cleanthes had haar volgehouden, maar de leer had gaten en tegenstrijdigheden, en de concurrerende scholen wezen die aan.

Chrysippus schreef ze dicht. Diogenes Laërtius schrijft hem meer dan zevenhonderd boeken toe: over logica, natuurleer, ethiek, taal, het lot, de goden. Het was niet elegant werk. Hij herhaalde zichzelf, schreef slordig, en nam hele passages van anderen over om zijn punt te maken. Van geen enkel boek is een volledig exemplaar bewaard.

Wat er daarna gebeurde

Zijn logica bleek eeuwen later opmerkelijker dan zijn tijdgenoten wisten. Delen ervan werden pas in de twintigste eeuw opnieuw begrepen, toen logici ontdekten dat hij vormen van propositielogica had beschreven die na de oudheid verloren waren gegaan.

Wat wij van hem hebben komt uit citaten bij Cicero, Plutarchus en Galenus, en uit verkoolde papyrusrollen die zijn opgegraven in Herculaneum. Vaak zijn het zijn tegenstanders die hem aanhalen om hem te weerleggen, en langs die omweg is hij bewaard.

In de oudheid liep het gezegde dat er zonder Chrysippus geen Stoa geweest zou zijn. Dat is een merkwaardige vorm van roem: geprezen worden voor het werk dat niemand wilde doen.

Het kruispunt

Je bent niet de stichter en niet de inspirator. Wat er ligt is onaf, en niemand zal je bedanken voor het afmaken.

De sortering

De verleidelijke sortering is dat hij bescheiden was. Daar is niets van bekend; hij was volgens de overlevering behoorlijk van zichzelf overtuigd en niet aangenaam in de omgang.

De splitsing ligt elders, en zij is voor de meeste mensen bruikbaarder dan de heldenverhalen. Roem, dankbaarheid en de vraag of zijn werk zou overleven, lagen buiten hem, en het antwoord was grotendeels nee: geen boek bleef heel. Wat wel bij hem lag was of hij het werk zou doen dat gedaan moest worden.

Dat is de casus voor iedereen wiens bijdrage niet zichtbaar is. Het gat dichten dat een ander openliet, is zelden het werk waarmee je genoemd wordt, en het is vaak het werk waarzonder de rest niet blijft staan.

De ironie sluit het af. Zijn zevenhonderd boeken zijn verdwenen, en zijn ordening staat overeind. Wat hij maakte was niet het boek maar het bouwwerk.

De tegenwerping

Er zit in deze les een gemak dat niet klopt. Onzichtbaar werk doen is bewonderenswaardig, maar het is ook precies wat men zegt tegen mensen die geen erkenning krijgen en het toch moeten volhouden. Als iedereen om je heen de eer krijgt en jij het werk doet, is dat soms deugd en soms een slechte afspraak.

De Stoïcijnen zouden zeggen dat erkenning niet van jou is en dus geen maatstaf mag zijn. Dat klopt en het is onvolledig: wie zijn deel doet zonder ooit iets terug te krijgen, wordt op enig moment ook slecht behandeld, en dat is geen onverschillige zaak maar onrecht.

De vraag aan jou

Welk onopvallend werk in jouw leven houdt het geheel overeind? En doe je het zorgvuldig genoeg, ook nu niemand het benoemt?

BronnenDiogenes Laërtius VII.179 tot 202, waar ook het gezegde over Chrysippus en de Stoa is overgeleverd.
Oefen dit zelf

Verwant

Musonius Rufus en de kaalste rotsWerk en falenCato en de verloren verkiezingWerk en falenArrianus en de aantekeningenWerk en falen

Yours, Not Yours · Een stoïcijnse oefenplek · Alle casussen · Vraag of suggestie