Epictetus citaten, gecontroleerd aan de bron
Epictetus, ongeveer 50 tot 135 na Chr.: als slaaf geboren, vrijgelaten, met de andere filosofen uit Rome verbannen, en leraar in Nicopolis. Zelf schreef hij niets op. Elke regel hieronder heeft een label dat zegt hoe dicht ze blijft bij wat zijn leerling optekende.
Wat we van hem hebben zijn de Colleges en het Handboekje, opgeschreven door zijn leerling Arrianus; hoe dat ging staat in de casus Arrianus en de aantekeningen. De regels zijn gegroepeerd naar hun verhouding tot die tekst: uit de bronnen, vrij naar de bron, of alleen door de traditie aan hem toegeschreven.
Uit de bronnen 46
- Niet hij die je uitscheldt beledigt je, maar je oordeel dat hij je beledigt.
- Zegt iemand dat een ander kwaad over je spreekt, antwoord dan: hij kende mijn andere gebreken niet, anders had hij die ook genoemd.
- Speel de rol die je is toebedeeld zo goed mogelijk; haar kiezen is aan een ander.
- Het is onmogelijk te leren wat je denkt al te weten.
- Niets groots ontstaat in één keer, zelfs een tros druiven of een vijg niet.
- Wacht niet tot je over deugd kunt spreken; handel ernaar.
- Wie jou boos kan maken, wordt daarmee je meester.
- Zeg eerst tegen jezelf wat je wilt zijn, en doe dan wat je te doen hebt.
- Noem jezelf nooit filosoof; doe eenvoudig wat uit je uitgangspunten volgt.
- Zeg nooit over iets: ik ben het verloren, maar: ik heb het teruggegeven.
- Verlang niet dat de dingen gaan zoals jij wilt, maar wil dat ze gaan zoals ze gaan.
- Verlang niet dat de dingen gaan zoals jij wilt; wil dat ze gaan zoals ze gaan.
- Ziekte belemmert het lichaam, niet de wil, tenzij de wil dat toelaat.
- Sommige dingen liggen in onze macht, andere niet.
- Handelt iemand slecht tegenover jou, bedenk dan dat hij handelt vanuit zijn eigen beeld van het goede.
- Alles heeft twee handvatten: één waaraan je het kunt dragen, en één waaraan niet.
- Niet de dingen verontrusten ons, maar onze oordelen over de dingen.
- Handelt je broer onrechtvaardig, pak dan niet het onrecht beet, maar het feit dat hij je broer is.
- Rijkdom bestaat niet in veel bezitten, maar in weinig verlangen.
- Wil je rijk zijn, vermeerder dan niet je geld maar verminder je verlangen.
- Moeilijkheden laten zien wat voor karakter iemand heeft.
- Wie vooruit wil komen, moet bereid zijn voor dwaas te worden gehouden.
- Rijkdom bestaat niet uit groot bezit, maar uit weinig behoeften.
- Alleen wie geschoold is, is vrij.
- Niet wie je uitscheldt beledigt je, maar jouw mening dat het beledigend is.
- Niemand is vrij die geen meester is over zichzelf.
- Ziekte belemmert het lichaam, maar niet de wil, tenzij de wil het zelf wil.
- Wat je moet doen volgt in het algemeen uit de verhoudingen waarin je staat.
- Zwijg meestal, of zeg wat nodig is, en met weinig woorden.
- Ik ben rijker dan jij, dus ik ben beter: dat volgt niet.
- Schapen brengen de herder geen gras om te tonen hoeveel ze aten; ze verteren het en dragen wol en melk.
- Je bent een acteur in een toneelstuk dat de auteur bepaalt: jouw taak is de rol goed spelen.
- Omstandigheden maken een mens niet; ze tonen hem aan zichzelf.
- Indruk, wacht even op mij: laat me eerst zien wat je bent en waar je vandaan komt.
- Hoelang stel je nog uit om jezelf het beste waardig te achten?
- Het is niet wat er met je gebeurt, maar hoe je erop reageert dat telt.
- Zoek niet dat de dingen gaan zoals jij wilt, maar wil dat ze gaan zoals ze gaan.
- Zeg nooit van iets dat je het verloren hebt, maar dat je het teruggegeven hebt.
- Ziekte belemmert het lichaam, niet de wil, tenzij de wil dat zelf wil.
- Toon medeleven met wie klaagt, maar laat het niet van binnen bij je doordringen.
- Niet de dingen zelf verontrusten de mensen, maar hun opvattingen over de dingen.
- Bedenk dat je een acteur bent in een stuk waarvan een ander de regie voert.
- Vrijheid bereik je niet door je verlangens te vervullen, maar door ze weg te nemen.
- Wie jou slecht behandelt, doet dat omdat hij meent dat hij gelijk heeft.
- Als je iets boven je kracht op je neemt, faal je daarin én verzuim je wat je wel had gekund.
- Sommige dingen zijn in onze macht, andere niet.
Vrij naar de bron 11
- Bij elke uitdaging vraag ik mij af welke kracht de natuur mij ervoor gegeven heeft.
- “Ik spreek beter dan jij, dus ik ben meer dan jij”: het eerste kan waar zijn, het tweede volgt niet.
- Wie jou boos kan maken, is je meester geworden.
- De eerste taak van wie denkt: de indrukken toetsen, en niets ongetoetst aannemen.
- Richt verlangen en afkeer alleen op wat van jou is, en niemand kan je ongelukkig maken.
- Wat van een ander is kun je niet geven en niet nemen. Wat van jou is kan niemand je afnemen.
- Je bent aan een vader gebonden, niet aan een goede vader.
- Houd dagelijks voor ogen wat je vreest, en niets zal je overvallen.
- Spreek in gezelschap zo min mogelijk over anderen: prijs niet, laak niet, vergelijk niet.
- Overweeg eerst wat iets van je vraagt, en neem het dan pas op je.
- Geef je instemming niet aan een indruk voordat je haar getoetst hebt.
Toegeschreven 1
- Spreekt iemand kwaad over je en het is waar, verbeter jezelf; is het onwaar, lach erom.
Alle auteurs op één pagina, met uitleg van de labels · Seneca · Marcus Aurelius