HomeOnderwerpen

Krenking en kritiek

Niets komt sneller binnen dan een opmerking. Toch zit tussen de woorden en de steek een stap die volledig van jou is: het oordeel dat die woorden iets zeggen over jouw waarde. Dit is het terrein waar de dichotomie het meest direct bruikbaar is, en het lastigst toe te passen in het moment.

43 oefeningen en casussen over krenking en kritiek, vanuit de stoïcijnse gewoonte om te sorteren wat van jou is en wat niet.

Casussen bij dit onderwerp

Marcus Aurelius en het verraadKrenking en kritiekRutilius Rufus en het onrechtvaardige vonnisKrenking en kritiek

Splitsingen bij dit onderwerp

Haal de situatie uit elkaar. Elk stuk gaat in één bakje; een derde optie is er niet.

De situatie
Onder je werk verschijnt online een vernietigende reactie.
Van jou
  • Of je hem voor de vijfde keer teruggaat lezen.De eerste keer lezen overkwam je. De vijfde keer is een handeling, en het is de handeling die de steek in stand houdt.
  • Of je eruit haalt wat bruikbaar is en de rest laat liggen.Hier struikelen de meesten, want kritiek voelt als één ondeelbaar blok. Dat is het niet. Of er iets waars in zit bepaal jij niet, maar of je dat ware eruit haalt wel, en die twee worden bijna altijd door elkaar gehaald.
  • Of je reageert, en met welke toon.Volledig van jou, en de enige zin in dit hele verhaal waar jouw naam onder komt te staan. Schrijf hem alsof je hem over een jaar terugleest.
Niet van jou
  • Dat de reactie er staat.Iemand heeft getypt en op verzenden gedrukt. Dat is een feit in de buitenwereld, zoals regen. Je kunt hem melden of negeren, maar niet ongedaan maken.
  • Wat andere lezers ervan denken.Honderd mensen lezen mee en vormen honderd oordelen waar jij niet bij bent. Wie dit bakje probeert te besturen, is de rest van zijn leven bezig.
  • Dat de toon onnodig hard is.Zijn manieren, zijn dag, zijn opvoeding. De hardheid zegt iets over de schrijver en niets over de kwaliteit van jouw werk.
De redenering. Kritiek komt binnen als één klomp en gaat er als zes stukken weer uit. Let op de verhouding: van de zes stukken zijn er drie van jou, en dat zijn precies de drie die bepalen hoe je er over een week nog in staat. De klomp voelt groter dan hij is omdat de toon en het publiek zich vermengen met de inhoud. Haal je die uit elkaar, dan blijft er meestal één bruikbare zin over en een hoop lawaai.
De situatie
Een klant zegt midden in de vergadering dat je voorstel niets voorstelt.
Van jou
  • Of je meteen begint te verdedigen of eerst doorvraagt.Verdedigen is een reflex, doorvragen een keuze. Eén vraag naar wat er precies niet klopt levert bijna altijd meer op dan drie zinnen waarin je jezelf goedpraat.
  • Of je vanavond nog boos bent over de vorm waarin hij het zei.De vorm was de zijne, het naslepen is het jouwe. Wie de toon meeneemt naar huis heeft het gesprek nog een keer, nu zonder tegenpartij.
  • Of je erkent wat er terecht is voordat je bestrijdt wat er onterecht is.Dit stuk wordt bijna altijd overgeslagen, want het voelt als terugtrekken. Het is het tegendeel: wie het ware meteen erkent, krijgt gehoor voor de rest.
Niet van jou
  • Dat hij het zei waar de hele tafel bij zat.Zijn keuze van moment en publiek. Vervelend, en volledig buiten jouw macht op het moment dat de zin al klonk.
  • Of de anderen aan tafel hem bijvallen.Zes hoofden met zes overwegingen waar jij niet bij kunt. Bijval bewijst niets over de kwaliteit van je voorstel, alleen iets over de dynamiek in die kamer.
  • Of hij uiteindelijk tekent.De handtekening was nooit van jou. Wat van jou was, was de kwaliteit van het voorstel en de manier waarop je het verdedigde, en dat blijft ook zo als hij nee zegt.
De redenering. Kritiek in het openbaar voelt als één gebeurtenis, maar er zitten drie lagen in elkaar: de inhoud, de vorm en het publiek. Alleen de inhoud raakt je werk. De vorm zegt iets over hem en het publiek zegt iets over de kamer. Wie die drie uit elkaar houdt, kan in dezelfde minuut leren van de kritiek en de belediging laten liggen.
De situatie
In je beoordelingsgesprek staat iets wat je niet had zien aankomen.
Van jou
  • Of je vraagt om een voorbeeld in plaats van het label te bestrijden.Een label valt niet te weerleggen, een voorbeeld wel te bespreken. Die vraag is van jou en verandert het gesprek van verdedigen in onderzoeken.
  • Of je het meeneemt als informatie of als aanslag.Hier zit de hele splitsing. Dezelfde zin kan een oordeel over je waarde zijn of een waarneming over je werk, en welke van de twee je ervan maakt bepaal jij.
  • Of je er over drie maanden iets mee hebt gedaan.Dat is het enige antwoord dat blijvend is. Wie na een kwartaal iets anders doet, heeft van de kritiek gebruikgemaakt in plaats van haar verwerkt.
Niet van jou
  • Dat het zonder aankondiging in het verslag stond.Zijn manier van werken. Het had eerder gekund en het gebeurde niet, en dat is niet meer te verplaatsen.
  • Of anderen hetzelfde over je denken.Eén oordeel is geen peiling. Je kunt niet bepalen wat er in andere hoofden zit, en je kunt het wel navragen.
  • Of het in je dossier blijft staan.Papier, procedure, iemand anders zijn pen. Je kunt reageren en het niet uitgummen.
De redenering. Bij kritiek van bovenaf mengen mensen twee vragen: klopt het, en hoort het zo te gaan. De tweede vraag hoort links en levert alleen ergernis op. De eerste hoort rechts en is de enige die je verder brengt. Vraag om een voorbeeld en je merkt binnen twee minuten in welke van de twee kolommen deze opmerking thuishoort.
De situatie
Je presentatie valt slecht bij de zaal.
Van jou
  • Je voorbereiding, en wat je hiervan meeneemt naar de volgende keer.Het verhaal, de opbouw, hoe je met vragen omging: dat was jouw werk, en de evaluatie ervan is dat ook. Kijk er scherp naar, haal eruit wat beter kan, en weiger de totaalconclusie “ik kan dit niet”; die stond niet op de agenda.
  • Wat je jezelf om elf uur ’s avonds over deze middag vertelt.De totaalconclusie “ik kan dit niet” dient zich aan als feit, maar is een keuze. Evalueer het werk zo scherp als je wilt; het vonnis over jezelf als spreker stond niet op de agenda, en jij bent de enige die het kan uitspreken of inslikken.
Niet van jou
  • Hoe de zaal reageerde.De stemming, de agenda’s van de aanwezigen, het tijdstip na de lunch: dat lag allemaal buiten jouw bereik. Dezelfde presentatie was in een andere zaal anders gevallen. Reacties zijn informatie over het publiek, niet alleen over jou.
De redenering. Twee metingen dus: de zaal meet de omstandigheden, jouw evaluatie meet het werk. Houd ze uit elkaar en er valt hier iets te halen zonder dat er iets hoeft te breken.
De situatie
Je krijgt in je beoordelingsgesprek een kritiekpunt waar je het niet mee eens bent.
Van jou
  • Rustig doorvragen en zakelijk je kant geven.
Niet van jou
  • Het oordeel van je leidinggevende.
  • Wat er uiteindelijk in het verslag komt te staan.
De situatie
In je beoordelingsgesprek krijg je kritiek waarvan de helft klopt en de helft niet.
Van jou
  • Het deel van de kritiek dat klopt.Dat deel is een geschenk, hoe het ook verpakt was: je kunt het morgen gebruiken. Sorteren doe je per zin, niet per gesprek; anders slik je alles of wijs je alles af.
  • De toon waarop je reageert, ook op het onterechte deel.Juist bij het deel dat niet klopt, wordt je toon gelezen als bewijs. Wie kalm blijft bij een onterecht verwijt, maakt het onterechte zichtbaar; wie ontploft, geeft het alsnog gelijk. Je toon is het enige argument dat je zonder woorden levert.
Niet van jou
  • Het deel dat niet klopt.Dat zegt iets over de blik van de beoordelaar, zijn maatstaf of zijn moment, en geen van drieën is van jou. Je hoeft het niet te weerleggen om het niet mee naar huis te nemen.
De redenering. Half raak is geen reden om alles aan te nemen of alles af te wijzen; het is een reden om te sorteren.
De situatie
Iemand verspreidt een verhaal over jou dat aantoonbaar niet klopt.
Van jou
  • Eén keer rechtzetten, en daarna verder leven.
  • Hoe vaak je het verhaal zelf navertelt.
Niet van jou
  • Het verhaal, de verspreiding, en wie het gelooft.
De situatie
Onder je bericht verschijnt een stroom negatieve reacties.
Van jou
  • Of je antwoordt, en wanneer het scherm uitgaat.
  • De conclusie die je eraan verbindt over je eigen werk.
Niet van jou
  • De reacties, hun toon en hun aantal.
De situatie
Je krijgt een slechte review van een klant die het maar half begrepen heeft.
Van jou
  • Je reactie, je toon, en je uitleg vooraf.
  • De uren die je in gedachten aan deze ene klant besteedt.
Niet van jou
  • De review, de sterren, en wie hem leest.
De situatie
In een vergadering wordt jouw idee genoemd als dat van iemand anders.
Van jou
  • Of je het rechtzet, en op welk moment.
Niet van jou
  • Dat het gebeurde, en wie het onthoudt.
  • Of hij het bewust deed.

Stellingen bij dit onderwerp

Waar of onwaar? Het antwoord staat erbij; de redenering erachter krijg je bij het oefenen.

Gebeurtenissen bij dit onderwerp

Elke gebeurtenis staat hieronder al gesorteerd: van jou, niet van jou, of allebei. Dat sorteren is de oefening.

Oefen dit zelf

Yours, Not Yours · Een stoïcijnse oefenplek · Alle casussen · Vraag of suggestie