HomeOnderwerpen

Medelijden en mededogen

Mededogen dat je meesleurt helpt niemand. De Stoïcijnen onderscheidden meevoelen met iemand van meegezogen worden, en hielden vol dat het tweede geen diepere vorm van het eerste is. Deze oefeningen gaan over bruikbaar blijven voor een mens in nood.

44 oefeningen en casussen over medelijden en mededogen, vanuit de stoïcijnse gewoonte om te sorteren wat van jou is en wat niet.

Casussen bij dit onderwerp

Epictetus en het kindMedelijden en mededogenMarcus en het eerste boekMedelijden en mededogenNiebuhr en het gebed dat de wereld rondgingMedelijden en mededogenCato en de helm met waterMedelijden en mededogen

Splitsingen bij dit onderwerp

Haal de situatie uit elkaar. Elk stuk gaat in één bakje; een derde optie is er niet.

De situatie
Een vriend zit midden in een scheiding en belt je elke avond.
Van jou
  • Of je opneemt wanneer het jou schikt in plaats van altijd.
  • Of je luistert of alvast oplossingen aandraagt.
  • Of je zegt wanneer het je te veel wordt.
Niet van jou
  • Dat hij ongelukkig is.
  • Of hij je advies opvolgt.
  • Hoe lang dit gaat duren.
De situatie
Een collega stort in tijdens een vergadering.
Van jou
  • Of je opstaat en met hem meeloopt.Eén handeling van tien seconden waar de hele kamer op wacht en die bijna niemand doet. Hij is klein, hij is van jou, en hij is het enige wat op dat moment telt.
  • Of je hem later behandelt zoals daarvoor.De meeste schade komt niet van het moment zelf maar van de weken erna, waarin mensen voorzichtig gaan doen. Gewoon blijven doen is een keuze en het grootste geschenk dat er is.
  • Of je vraagt wat hij nodig heeft in plaats van te bedenken wat goed voor hem is.De vraag kost niets en scheelt alles. Wat jij zou willen in zijn plaats is zelden wat hij wil, en dat verschil ontdek je alleen door het te vragen.
Niet van jou
  • Dat het gebeurt waar iedereen bij is.Niemand kiest het moment waarop het niet meer lukt. De zaal was toeval en het is de omstandigheid, niet zijn karakter.
  • Of hij daarna hulp aanvaardt.Aanbieden is van jou, aannemen is van hem. Wie zijn eigen bruikbaarheid afmeet aan de aanvaarding, gaat vroeg of laat wrokken op iemand in nood.
  • Wat de anderen erover zullen zeggen.Kantoren praten; dat gaat buiten jou om. Wat je zelf niet doorvertelt is een ander punt, en dat staat in de rechterkolom.
De redenering. Mededogen loopt vast op twee plekken: mensen willen de nood zelf oplossen, en ze willen dat hun hulp aanvaard wordt. Beide staan links. Wat rechts staat is klein en concreet: meelopen, later gewoon doen, vragen in plaats van invullen. Dat is minder dan je zou willen geven en het is precies wat er nodig is.
De situatie
Je ouder wordt afhankelijk van jouw hulp.
Van jou
  • Of je hulp regelt in plaats van alles zelf te doen.Wie alles alleen draagt, houdt het niet vol en helpt uiteindelijk minder. Hulp inschakelen voelt als tekortschieten en is het tegendeel.
  • Of je met je broers en zussen afspreekt wie wat doet.Bijna alle ruzie in deze fase komt uit onuitgesproken verdeling. Eén gesprek vooraf is ongemakkelijk en scheelt jaren.
  • Of je hem behandelt als iemand die kan beslissen zolang dat kan.Hier struikelen liefhebbende mensen. Zorgen wordt makkelijk overnemen, en het verschil tussen helpen en beslissen is het laatste stuk waardigheid dat hij nog heeft.
Niet van jou
  • Dat de rollen omdraaien.Het gebeurt in vrijwel elk leven en het is niemands schuld. Dat het zwaar voelt, komt doordat het onnatuurlijk lijkt terwijl het volstrekt gewoon is.
  • Of hij de hulp met goede zin aanneemt.Zijn trots, zijn schaamte, zijn karakter van tachtig jaar. Je kunt aanbieden en je kunt hem niet dankbaar maken.
  • Hoeveel tijd hier nog voor is.Niemand kan dat zeggen, de artsen evenmin. Rekenen op een termijn maakt van elke maand een aftelling en van hem een patiënt met een schema.
De redenering. Zorgen voor een ouder is het terrein waar mensen de meeste dingen naar hun eigen bakje trekken die er niet in horen: zijn stemming, zijn dankbaarheid, de duur. Wat er wel in hoort is organisatorisch en saai, en het is precies wat het verschil maakt tussen volhouden en opbranden. Epictetus zei dat plichten volgen uit relaties; hij zei er niet bij dat je ze alleen moet dragen.
De situatie
Je wilt iemand redden die zichzelf pijn doet.
Van jou
  • Je zorg uitspreken en hulp aanreiken.Informatie geven, professionals inschakelen waar dat kan, en er blijven zijn: dat is jouw bakje, en het is niet klein. Doe alles wat van jou is, en leer verdragen dat dat niet alles is.
  • Je eigen grens: wat jij kunt dragen zonder zelf om te vallen.Ook de helper heeft een bakje. Wie zichzelf leegtrekt, helpt korter en slechter, en levert de ander bovendien schuldgevoel bij. Je grens bewaken is geen egoisme; het is zorgen dat er over een jaar nog iemand naast hem staat.
Niet van jou
  • Zijn keuzes, en zijn moment van omkeren.Een mens verandert alleen van binnenuit; dat is geen onverschilligheid maar een feit. Wie zichzelf verantwoordelijk maakt voor andermans ommekeer, tilt iets wat niet te tillen is, en breekt daar zelf op.
De redenering. Het zwaarste mengsel dat er is, en juist daarom moet de lijn scherp: jouw deel volledig, en het zijne bij hem, zonder hem uit het oog te verliezen.
De situatie
Een vriend belt elke week met dezelfde klachten, maar doet niets met wat je aandraagt.
Van jou
  • Jouw oor, jouw eerlijkheid, en jouw grens.Luisteren is van jou, en de vraag “ik hoor dit vaker, wat ga je ermee doen?” ook. Dat is geen hardheid; dat is wat een vriend vraagt. En het wekelijkse anderhalf uur mag een grens hebben.
Niet van jou
  • Zijn situatie en zijn tempo.Wat hij met je suggesties doet, wanneer hij in beweging komt, óf hij in beweging komt: dat tilt hij zelf of niemand. Wie draagt wat de ander moet tillen, verzwakt twee mensen tegelijk.
  • Of het ooit verandert.Misschien belt hij over vijf jaar nog steeds met hetzelfde verhaal. Dat vooruitzicht is niet aan jou om te dragen of te voorkomen; vandaag luisteren verplicht je niet tot tien jaar luisteren. Je beslist per keer, niet voor altijd.
De redenering. Helpen is niet hetzelfde als dragen; het eerste is van jou, het tweede was nooit te geven.
De situatie
Op straat vraagt iemand om geld; je twijfelt of het verhaal klopt.
Van jou
  • Of je geeft.Doe wat bij jou past, en laat wat de ander met je gift doet zijn deel zijn. Geef of geef niet, maar laat je keuze niet gijzelen door een vraag die niemand kan beantwoorden.
Niet van jou
  • Of zijn verhaal klopt.Dat krijg je nooit gecontroleerd; het leeft in zijn binnenkant. Wie eerst zekerheid eist over andermans binnenkant, heeft een waterdicht excuus om nooit iets te doen.
  • Wat de omstanders van je vinden, geef je wel of niet.Wie geeft, is voor de een naief; wie doorloopt, voor de ander hard. Beide oordelen worden geveld op de stoep, in een seconde, door mensen die zo doorlopen. Laat de jury op straat achter; die had toch geen stem.
De redenering. Jouw gift eindigt bij het geven; wat erna komt, was nooit te koop.
De situatie
Een collega wordt in de vergadering afgebrand terwijl iedereen zwijgt.
Van jou
  • Of er iemand iets zei.Eén rustige zin, “ik denk dat we dit anders moeten bespreken”, verandert de temperatuur van de kamer. Achteraf blijkt bijna altijd dat dit het enige was dat telde: niet of de groep draaide, maar of er iemand sprak.
Niet van jou
  • Het afbranden, en het zwijgen van de groep.Hoe hard de afbrander gaat en of de anderen meebewegen, bestuur je niet; groepen hebben hun eigen zwaartekracht en die trekt naar stilte.
  • Hoe dat ene zinnetje valt.Of de aanvaller inbindt, of de kamer draait, of het jou later wordt nagedragen: dat speelt zich af nadat je gesproken hebt, in hoofden die je niet bestuurt. Het zinnetje is van jou; de landing was dat nooit.
De redenering. De kamer kiest haar stilte zelf; jouw stem is het enige stuk van de vergadering dat van jou is.
De situatie
Je ouder wordende vader weigert hulp die hij duidelijk nodig heeft.
Van jou
  • Het aanbod blijven doen, en in de buurt blijven.
  • Je ergernis over zijn koppigheid.
Niet van jou
  • Zijn weigering.
De situatie
Iemand vertelt je iets in vertrouwen en je weet niet of je het moet doorgeven.
Van jou
  • Jouw zwijgen of spreken.Een echte afweging, geen regel. Vertrouwen breken is ernstig; zwijgen terwijl er gevaar dreigt ook. Twee vragen helpen: dien ik hiermee de ander, of vooral mijn eigen ongemak? En kan ik het hem eerst zelf zeggen voordat ik het aan een ander vertel?
Niet van jou
  • Wat er speelt, en wat de ander besluit.Zijn situatie, zijn geheim en wat hij ermee doet: dat blijft van hem, ook nu jij het weet. Weten is geen eigenaarschap.
  • Wat het met jullie band doet als je spreekt.Ook met de zuiverste afweging kan de vriendschap schade oplopen; dankbaarheid voor je moed is niet gegarandeerd. Dat risico hoort bij het besluit en laat zich niet wegplannen. Je kiest de daad, niet de nasleep.
De redenering. Het geheim is van hem; de mond is van jou. Weeg met de vraag wie je ermee dient.
De situatie
Iemand vertelt je over een groot verdriet en je weet niet wat je moet zeggen.
Van jou
  • Blijven zitten.
  • Je eigen machteloosheid, en of je die kunt verdragen.
Niet van jou
  • Zijn verdriet, en of jouw woorden helpen.

Stellingen bij dit onderwerp

Waar of onwaar? Het antwoord staat erbij; de redenering erachter krijg je bij het oefenen.

Gebeurtenissen bij dit onderwerp

Elke gebeurtenis staat hieronder al gesorteerd: van jou, niet van jou, of allebei. Dat sorteren is de oefening.

Oefen dit zelf

Yours, Not Yours · Een stoïcijnse oefenplek · Alle casussen · Vraag of suggestie