Na de nederlaag bij Pharsalus trok Cato met de resten van het republikeinse leger dagenlang door de Libische woestijn. Het water was op rantsoen en de mannen liepen zwaar. Een verkenner vond een kleine bron, schepte wat water in zijn helm en bracht het naar zijn bevelhebber, want die had het het hardst nodig. Cato nam de helm aan, hield hem omhoog zodat het hele leger het kon zien, en goot het water in het zand. Er was niet genoeg voor iedereen, en zolang dat zo was, dronk hij niet. Geen van de soldaten klaagde daarna nog over dorst.
De mars vond plaats in 47 voor Christus, nadat Pompeius was verslagen en gedood en de resterende tegenstanders van Caesar zich in Noord-Afrika hergroepeerden. Cato voerde een colonne van tienduizenden door onherbergzaam gebied, en volgens de overlevering liep hij de hele tocht te voet en als eerste. Plutarchus vertelt de scène met de helm; de dichter Lucanus bewerkte haar later tot een van de bekendste passages van zijn Pharsalia. Het is dezelfde Cato die eerder het consulaat verloor omdat hij weigerde stemmen te kopen, en die enkele maanden later in Utica zou sterven.
Je hebt dorst, je hebt het nodig, en het is je aangeboden. Maar de mannen achter je kijken toe.
Of er water was, hoe lang de tocht duurde en of ze het zouden halen: niets daarvan lag bij hem. Wat wel bij hem lag was of hij een uitzondering voor zichzelf zou maken, en wat hij zijn mannen daarmee zou laten zien. Merk op dat het gebaar hen niets opleverde: er kwam geen druppel bij. Wat het opleverde was dat niemand meer alleen dorst had.
Waar geef jij jezelf een uitzondering die je aan een ander niet zou gunnen? En zou je het nog doen als iedereen meekeek?
Yours, Not Yours · Een stoïcijnse oefenplek · Alle casussen · Vraag of suggestie