Lichaam en sterfelijkheid
Je woont in iets dat veroudert, kapotgaat en uiteindelijk stopt, en je hebt het model niet gekozen. De Stoïcijnen noemden het lichaam een bezit en niet een zelf. Van jou is hoe je het gebruikt en wat je van de beperkingen maakt, en dat is een kleiner veld dan we zouden willen en een groter veld dan we denken.
41 oefeningen en casussen over lichaam en sterfelijkheid, vanuit de stoïcijnse gewoonte om te sorteren wat van jou is en wat niet.
Casussen bij dit onderwerp
Splitsingen bij dit onderwerp
Haal de situatie uit elkaar. Elk stuk gaat in één bakje; een derde optie is er niet.
De situatie
Je knie laat het afweten en je moet stoppen met hardlopen.
Van jou
- Of je zoekt wat wél kan.Zwemmen, fietsen, roeien, wandelen. Het zoeken zelf is de handeling, en die begint op de dag dat je besluit dat er iets anders is dan niets.
- Of je je hele beeld van jezelf aan één sport blijft ophangen.Dit is het stuk dat mensen over het hoofd zien. Het gewricht is niet van jou, maar de zin „dan ben ik dus niets meer” is een oordeel, en oordelen staan aan jouw kant van de streep.
- Of je vandaag naar de fysiotherapeut belt.Eén telefoontje van twee minuten. Klein, saai, volledig binnen bereik, en precies daarom het soort handeling dat het vaakst wordt overgeslagen.
Niet van jou
- Dat het gewricht versleten is.Een lichaam is een bruikleen met een eigen tijdlijn. De Stoïcijnen noemden het een bezit en niet een zelf, juist omdat het zich niets van je plannen aantrekt.
- Hoe snel je herstelt.Weefsel gaat op zijn eigen tempo, niet op het jouwe. Je kunt de omstandigheden gunstig maken en de snelheid niet afdwingen.
- Dat je het mist.Missen is geen fout en geen zwakte. Het is wat er gebeurt wanneer iets waardevols wegvalt, en het gaat niet weg omdat je het verbiedt.
De redenering. Op dit terrein is de linkerkolom onwrikbaar en de rechterkolom groter dan hij lijkt. Het lichaam onderhandelt niet, maar tussen de diagnose en het beeld dat je van jezelf hebt zit een ruimte waar niemand anders bij kan. Vrijwel alle bitterheid rond ouder worden ontstaat doordat mensen die twee als één ding behandelen.
De situatie
Je slaapt al weken slecht en merkt het overdag.
Van jou
- Of je op tijd stopt met schermen en cafeïne.
- Of je vandaag een afspraak maakt bij de huisarts.
- Of je je dag aanpast aan wat je vandaag aankunt.
Niet van jou
- Dat je wakker ligt terwijl je moe bent.
- Hoeveel je vannacht daadwerkelijk slaapt.
- Dat je lontje vandaag korter is.
De situatie
Je ziet een foto van jezelf en schrikt van hoeveel ouder je bent geworden.
Van jou
- Of je de foto blijft vergelijken met het beeld van jezelf van tien jaar terug.De schrik komt niet van de foto maar van het verschil met een beeld dat je zelf hebt bewaard. Dat vergelijken is een handeling.
- Of je je zorgt geeft die bij dit lichaam hoort in plaats van bij het vorige.Slapen, bewegen, eten, tijd buiten. Wat je lichaam nu nodig heeft verschilt van tien jaar terug, en daar naar handelen is volledig van jou.
- Of je die tien jaar meetelt als iets wat je hebt gehad.Dezelfde jaren die het gezicht veranderden hebben ook iets opgeleverd. Of je dat in de rekening opneemt, bepaalt of de foto verlies laat zien of tijd.
Niet van jou
- Dat je ouder wordt.De enige route die er is, en de gunstigste van de twee mogelijkheden. De Stoïcijnen noemden ouderdom geen verlies maar de vorm die tijd aanneemt.
- Hoe anderen je op die foto zien.Zij zien iets anders dan jij, meestal minder scherp en met minder geschiedenis. Hun blik is buiten je bereik en meestal milder dan de jouwe.
- Dat er over tien jaar weer zo'n foto is.Die komt en die zal hetzelfde doen. Dit is dus een oefening die je nu goed kunt leren, want hij herhaalt zich.
De redenering. Op dit terrein hoort het feit links en het oordeel rechts, en die twee komen zo snel achter elkaar dat het één ervaring lijkt. De foto is een feit van een tiende seconde; het verhaal erover kan jaren duren. De Stoïcijnen zouden vragen wat je met de tussenliggende tien jaar hebt gedaan, en dat is een prettiger vraag dan die over je gezicht.
De situatie
Je wacht bij de huisarts op een doorverwijzing en het duurt en duurt.
Van jou
- Achter de verwijzing aan bellen en je klachten bijhouden.Netjes maar vasthoudend nabellen, vragen naar wachtlijsten elders, je klachten helder noteren zodat elk gesprek scherper wordt. En geef jezelf toestemming om intussen gewoon te leven; wachten hoeft niet je enige bezigheid te zijn.
- De verhalen die je alvast over de uitslag schrijft.De uitslag komt vanzelf, op zijn eigen dag; het voorschot dat je er nu op neemt is optioneel. Elke avond een ander scenario doorleven is drie keer ziek zijn van één onderzoek. Het feit heeft geen generale repetitie nodig.
Niet van jou
- De wachtlijsten en het tempo van het systeem.Dat systeem draait op duizend agenda’s waarvan de jouwe er één is, en de uitslag die daarna komt valt er ook onder. Boosheid op een wachtlijst verandert de wachtlijst niet.
De redenering. Regie en geduld sluiten elkaar niet uit: het eerste is jouw werk, het tweede jouw rust. Het systeem wordt er niet sneller van, jij wel steviger.
De situatie
De arts is duidelijk: dit gaat niet meer over. Wel is het draaglijk te houden.
Van jou
- Hoe je ziek bent.
- Het woordje “nog” waarmee je elke zin over jezelf begint.
De situatie
De uitslag valt mee, maar je moet blijvend medicijnen slikken.
Van jou
- De trouw van het innemen, en het verhaal erbij.Een pil kan een dagelijkse nederlaag zijn of een dagelijkse handdruk met je gezondheid; het doosje is hetzelfde, het oordeel maakt het verschil. En dat oordeel schrijf jij, elke ochtend opnieuw.
Niet van jou
- Dat de medicijnen voortaan bij je horen.Het lichaam heeft gesproken, en dat besluit wordt niet heroverwogen omdat jij er iets van vindt. Dit deel is een feit, zoals je lengte er een is.
- Wat anderen van medicijngebruik vinden.De opmerkingen over “chemie” en “zou je dat wel doen” komen uit monden zonder witte jas en zonder jouw bloedwaarden. Hun mening over jouw doosje is stoepgeluid; het recept is tussen jou en je arts.
De redenering. Het recept komt van de arts; de betekenis van het doosje schrijf je zelf.
De situatie
Het is midden in de nacht en je ligt al uren wakker.
Van jou
- De omstandigheden, het oordeel over de dag erna, en hulp zoeken.Het scherm eerder uit, de koffie eerder dicht, en vooral: een slechte nacht is een feit, een verloren dag is een conclusie. En weken slecht slapen is een reden om er iemand naar te laten kijken; ook dat valt binnen jouw bereik.
- Het tellen van de uren die je nog kunt halen.Om drie uur uitrekenen dat het er hooguit vier worden, is een som die zichzelf waarmaakt: het rekenen hóudt je wakker. De klok heeft vannacht geen nieuws voor je. Draai hem om; het is de enige som die helpt.
Niet van jou
- Dat je wakker ligt.Slaap laat zich niet dwingen, en hoe harder je het probeert, hoe verder hij weg is. De nacht zelf valt buiten je bereik; dat is geen falen maar biologie.
De redenering. De slaap komt niet op bevel; de omstandigheden waaronder hij graag komt, wel.
De situatie
De fysiotherapeut geeft je oefeningen die saai zijn en langzaam werken.
Van jou
- De oefeningen doen, juist op de dagen zonder zin.Dat is het enige deel dat het herstel beïnvloedt, en het is volledig van jou. De verleiding is wachten tot het beter voelt; het voelt beter dóór ze te doen. Dit is de saaiste plek waar deze hele filosofie zich bewijst.
Niet van jou
- Hoe snel je lichaam herstelt.Of het volledig terugkomt en in welk tempo, beslist het weefsel, niet de wil. Ook de saaiheid van de oefeningen is een gegeven; herstel is zelden spannend.
- Dat het herstel trager gaat dan de vorige keer.Het lichaam van nu herstelt in het tempo van nu, niet in dat van tien jaar geleden. Die vergelijking is een schuld die het weefsel nooit is aangegaan. Meet deze knie aan deze knie.
De redenering. Het weefsel bepaalt het tempo; jij bepaalt alleen of er iets is om tempo méé te maken.
De situatie
Je wordt ouder en merkt dat iets niet meer gaat zoals vroeger.
Van jou
- Blijven rouwen om de oude versie, of kijken wat nu kan.Veel mensen stoppen helemaal omdat het niet meer op het oude niveau lukt, en verliezen daarmee ook wat er nog wel was. Aanpassen is geen nederlaag; het is de enige route die verder gaat.
- Wat je erover zegt waar jongeren bij zijn.De grap “dat is niks meer voor mij” lijkt onschuldig, maar je oefent hem in waar anderen bij staan, en vooral waar jij zelf bij staat. Woorden over je lichaam worden instructies aan je lichaam. Spreek over wat het kan; het luistert mee.
Niet van jou
- Dat het lichaam verandert, en dat sommige dingen voorbij zijn.Daar is geen onderhandeling mogelijk; de jaren tellen door, ook als jij niet meetelt. Dit deel vraagt aanvaarding, geen strijd.
De redenering. De oude versie komt niet terug; de huidige staat klaar en heeft nog jaren dienst voor de boeg. Kies met wie van de twee je verder gaat.
Stellingen bij dit onderwerp
Waar of onwaar? Het antwoord staat erbij; de redenering erachter krijg je bij het oefenen.
- OnwaarDe dood is een kwaad.
- OnwaarPijn en lijden zijn hetzelfde.
- OnwaarOuder worden is enkel verval.
- OnwaarRouwen is een teken van zwakte.
- WaarJe sterfelijkheid maakt het leven dringend, niet zinloos.
- OnwaarAls je lichaam je begrenst, ben je machteloos.
- WaarRust nemen is een daad, geen zwakte.
- OnwaarJe lichaam moet er eerst anders uitzien voordat je er tevreden over mag zijn.
Gebeurtenissen bij dit onderwerp
Elke gebeurtenis staat hieronder al gesorteerd: van jou, niet van jou, of allebei. Dat sorteren is de oefening.
- Niet van jouJe wordt ziek net voor een belangrijke dag.
- Van jouOf je bij pijn een verhaal van eindeloos lijden bouwt of het moment draagt.
- Niet van jouJe merkt de eerste tekenen van ouder worden.
- Niet van jouJe lichaam laat het afweten bij iets wat je wilde doen.
- Niet van jouDe uitslag van de sportwedstrijd waar je maanden voor trainde.
- Van jouOf je vanavond kookt of voor de derde keer laat bezorgen.
- Van jouOf je vanavond de wandeling maakt of hem weer doorschuift naar morgen.
- Van jouJe had jezelf voorgenomen te gaan sporten. Het regent.