Vanaf het jaar 165 trok een epidemie door het Romeinse rijk die miljoenen levens kostte, onder wie vermoedelijk Marcus Aurelius' medekeizer. Vijftien jaar lang regeerde Marcus over een rijk in permanente crisis: pest, oorlog aan de Donau, lege schatkist. Hij verkocht paleisgoed om de staat te financieren in plaats van de belastingen te verzwaren, en stond elke ochtend op om te doen wat die dag van hem vroeg. In zijn legertent schreef hij 's nachts notities aan zichzelf, nooit bedoeld voor publicatie: herinneringen aan wat van hem was en wat niet. Wij kennen ze als de Overpeinzingen, misschien wel het meest gelezen Stoïsche boek, geschreven in de slechtste jaren van zijn leven.
Geen enkele heftige gebeurtenis, maar vijftien jaar zonder einde in zicht. Een crisis die zo lang duurt, verslijt niet je moed maar je routine.
De pest, de oorlog en de duur: niet van hem, en hij deed geen moment alsof. Zijn dagindeling, zijn besluiten en zijn avondnotities: van hem. De Overpeinzingen zijn geen boek over de crisis; ze zijn het gereedschap waarmee één man haar droeg.
Welke langdurige situatie in jouw leven vraagt geen heldendaad maar een houdbare routine? En wat is jouw versie van de avondnotitie?
Yours, Not Yours · Een Stoïsche oefenplek · Alle casussen