HomeCasussen
Lichaam en sterfelijkheid

Marcus en de vijftien jaar pest

Marcus Aurelius werd keizer in 161. Vier jaar later brachten terugkerende troepen uit het oosten een ziekte mee die het rijk in golven zou treffen; tegenwoordig wordt zij meestal gehouden voor pokken. Schattingen van het dodental lopen van vijf tot tien miljoen.

In dezelfde jaren braken aan de Donau oorlogen uit met Germaanse stammen die de grens overstaken. De schatkist was leeg, deels door de epidemie zelf: minder boeren, minder belasting, minder soldaten.

In 169 stierf zijn medekeizer Lucius Verus, vrijwel zeker aan de ziekte. In datzelfde jaar liet Marcus keizerlijk bezit publiek veilen op het forum van Trajanus, om de oorlog te betalen zonder de belastingen te verhogen. Zijden gewaden, edelstenen, gouden vaatwerk, meubels van zijn vrouw: het ging onder de hamer.

Wat er daarna gebeurde

Hij bracht het grootste deel van de resterende elf jaar aan het front door. De Overpeinzingen zijn daar geschreven; boek twee draagt het opschrift bij de Quaden aan de Gran, boek drie in Carnuntum, in het huidige Oostenrijk. Het is geen boek voor lezers maar een reeks aantekeningen aan zichzelf, van een man die zichzelf elke ochtend opnieuw moest toespreken.

In 175 kwam daar de opstand van Avidius Cassius bij, en in 176 stierf zijn vrouw Faustina. Van zijn dertien of veertien kinderen overleefden er vijf.

Hij stierf in 180 aan de Donau, waarschijnlijk aan diezelfde ziekte. Zijn zoon Commodus volgde hem op en sloot binnen enkele maanden vrede.

Het kruispunt

Vijftien jaar aaneengesloten crisis, en de macht om alles te bevelen behalve dat het ophoudt.

De sortering

De verleidelijke sortering is dat een keizer alles in de hand heeft. Het omgekeerde is waar, en dat is precies waarom uitgerekend deze man de bekendste stoïcijnse tekst schreef. Hij kon legioenen verplaatsen en geen enkele besmetting stoppen.

De splitsing die hij maakte is nuchter. De ziekte, het weer, de grensvolken en de omvang van de schatkist lagen buiten hem. Wat wel bij hem lag was of hij zou blijven verschijnen: aan het front, op de vergadering, bij de beslissing die niemand wilde nemen.

De veiling is de scherpste toepassing. Hij kon de kosten niet wegnemen, maar hij kon kiezen wie ze droeg, en hij begon bij zichzelf. Dat was geen symbolisch gebaar; het bracht werkelijk geld op en het duurde volgens de overlevering twee maanden.

De Overpeinzingen laten zien wat dat kostte. Het boek staat vol met aansporingen om niet te klagen, en niemand schrijft zulke zinnen op wanneer het vanzelf gaat.

De tegenwerping

Er zit een ongemakkelijke keerzijde aan de bewondering voor deze casus. Marcus hield vol, en het rijk hield het uit, maar er stierven miljoenen mensen over wie geen aantekeningen zijn bewaard. Standvastigheid aan de top verandert weinig aan de vraag of het bestuur zelf deugde.

En zijn eigen aantekeningen zijn geen verslag van iemand die het onder de knie had. Wie ze achter elkaar leest ziet dezelfde vermaningen jaar in jaar uit terugkeren. Dat is eerlijk van hem, maar het is ook een waarschuwing: deze oefening houdt nooit op, ook niet voor de man die er het bekendste boek over schreef.

De vraag aan jou

Welke langdurige situatie in jouw leven vraagt geen heldendaad maar een houdbare routine? En wat is jouw versie van de avondnotitie?

BronnenCassius Dio boek 72 en de Historia Augusta over de pest en de verkoop van paleisgoed; Marcus Aurelius, Overpeinzingen, geschreven tijdens de veldtochten.
Oefen dit zelf

Verwant

Posidonius en de jichtaanvalLichaam en sterfelijkheid

Yours, Not Yours · Een stoïcijnse oefenplek · Alle casussen · Vraag of suggestie