HomeCasussen
Lichaam en sterfelijkheid

Posidonius en de jichtaanval

Posidonius van Rhodos was de belangrijkste geleerde van de Griekse wereld: geschiedschrijver, aardrijkskundige, sterrenkundige, filosoof. Hij berekende de omtrek van de aarde en verklaarde als een van de eersten het verband tussen de getijden en de maan.

Pompeius, op dat moment de machtigste generaal van Rome, kwam hem twee keer opzoeken en liet zijn lictoren bij de deur de bundels zakken, een eerbetoon dat je aan een meerdere brengt.

Bij een van die bezoeken lag Posidonius met jicht. Jicht is geen ongemak maar een pijn die mensen laat schreeuwen. Hij ontving Pompeius toch en hield een verhandeling over de stelling dat niets goed is behalve wat eerbaar is.

Tijdens het spreken sloeg de pijn toe. Hij onderbrak zichzelf en zei tegen de pijn: het helpt je niets. Hoe lastig je ook bent, ik zal nooit toegeven dat je een kwaad bent. Toen ging hij verder waar hij gebleven was.

Wat er daarna gebeurde

Cicero tekende het verhaal op, en hij had het van Pompeius zelf gehoord. Dat is ongebruikelijk nauwkeurig voor een anekdote uit de oudheid: geen overlevering via derden maar het verslag van iemand die erbij zat.

Posidonius kwam uit Apamea in Syrië en vestigde zich rond 95 voor Christus op Rhodos, waar zijn school jarenlang Romeinse aanzienlijken trok. Ook Cicero studeerde bij hem.

Van zijn omvangrijke werk is geen enkel boek compleet bewaard. Wij kennen hem vrijwel uitsluitend uit citaten bij anderen, en de scène met de jicht is een van de weinige momenten waarop hij als mens zichtbaar wordt in plaats van als bron.

Het kruispunt

Je lichaam doet iets wat je niet kunt tegenhouden, midden in het enige wat je nog wel kunt.

De sortering

De verleidelijke sortering is dat hij de pijn niet voelde. Zijn eigen woorden ontkennen dat rechtstreeks; hij noemt haar lastig en spreekt haar aan, en dat doe je niet met iets wat je niet merkt.

De splitsing loopt precies door de zin die hij uitsprak. De pijn zelf lag buiten hem: zij kwam, zij nam toe, hij kon haar niet wegdenken. Wat wel bij hem lag was het oordeel erover, en dat is het enige wat hij weigerde af te geven. Hij ontkende niet dat het pijn deed; hij ontkende dat het slecht was.

Dat onderscheid lijkt haarkloverij tot je ziet wat het praktisch oplevert. Wie pijn een kwaad noemt, voegt aan de pijn iets toe: de eis dat zij ophoudt, en de overtuiging dat er iets grondig mis is zolang zij duurt. Dat tweede deel is het deel dat het uitputtend maakt.

En hij ging verder met zijn verhandeling. Dat is de eigenlijke handeling in dit verhaal, niet de mooie zin.

De tegenwerping

De uitspraak dat pijn geen kwaad is, is het onderdeel van de Stoa dat de meeste weerstand oproept, en terecht. Bij chronische pijn, bij ziekte die niet overgaat, klinkt zij als een miskenning van wat mensen doormaken, en zij is ook zo gebruikt: om lijdenden te vertellen dat zij zich aanstellen.

En er is een verschil tussen een aanval die overgaat en pijn die blijft. Posidonius sprak tijdens een aanval, met het vooruitzicht dat die zou zakken. Wat hij zei is knap. Of het ook geldt voor iemand die het jaren volhoudt zonder uitzicht, laat het verhaal open.

De vraag aan jou

Wat stel je uit omdat je je niet goed voelt? En welk deel daarvan zou toch kunnen, als je de pijn zou voelen zonder hem de agenda te laten schrijven?

BronnenCicero, Gesprekken in Tusculum II.61, opgetekend uit Pompeius' eigen relaas.
Oefen dit zelf

Verwant

Marcus en de vijftien jaar pestLichaam en sterfelijkheid

Yours, Not Yours · Een stoïcijnse oefenplek · Alle casussen · Vraag of suggestie