In het jaar 59 liet Nero zijn moeder Agrippina vermoorden. Toen het bericht Rome bereikte, deed de senaat wat van hem verwacht werd: hij stelde dankfeesten voor, ter ere van de redding van de keizer uit een vermeend complot dat iedereen doorzag als verzinsel.
Thrasea Paetus was consul geweest en gold als het geweten van dat huis. Hij hield geen toespraak, diende geen tegenvoorstel in en riep niemand op tot verzet. Hij stond op en liep de zaal uit.
Er gebeurde die dag verder niets. Er kwam geen straf, geen aanklacht, geen debat. Maar iedereen had het gezien, en dat was precies het probleem: in een zaal waar iedereen instemde, was één lege stoel een verklaring.
Vanaf het jaar 63 verscheen hij helemaal niet meer in de senaat. Ook dat was een verklaring, en Nero las het ook zo.
In 66 werd hij aangeklaagd. De officiële punten waren mager: hij had geweigerd de goddelijke status van Nero's overleden vrouw te erkennen, hij offerde niet voor de gezondheid van de keizer, hij verscheen niet. Tacitus laat de aanklager het werkelijke verwijt uitspreken: zijn gezicht, dat nooit iets liet blijken van instemming.
De senaat, die hij zijn leven lang had gediend, veroordeelde hem. Zijn schoonzoon Helvidius werd verbannen, zijn dochter Fannia volgde hem in ballingschap, en een generatie later werd de biografie die over hem geschreven was in het openbaar verbrand.
Iedereen om je heen stemt in met iets waarvan je weet dat het onwaar is. Meestemmen kost je niets zichtbaars. Weglopen verandert er niets aan.
De verleidelijke sortering is dat zijn weglopen iets uithaalde. Het haalde niets uit. De dankfeesten kwamen er, Agrippina bleef dood, en Nero regeerde nog negen jaar.
Daar zit juist de les. Het besluit van de senaat, de reactie van de keizer en de loop van de geschiedenis lagen buiten hem, en hij wist dat. Wat wel bij hem lag was of hij zijn stem zou geven aan een leugen. Dat is een klein terrein, en het was het enige dat hij had.
Let op de vorm die hij koos. Geen toespraak, geen protest, geen poging om anderen mee te krijgen; dat zou een poging zijn geweest de uitkomst te sturen, en de uitkomst was niet van hem. Hij deed alleen wat wel van hem was: zijn eigen deelname intrekken.
Epictetus, die deze kring persoonlijk kende, gebruikt precies dit onderscheid. Je hoeft de wereld niet te veranderen om te bepalen welke rol jij erin speelt.
Er is een reële tegenwerping, en die is niet zacht. Zijn houding kostte hem zijn leven, zijn schoonzoon het zijne, en zijn dochter drie verbanningen. Je kunt volhouden dat een levende senator met een compromis meer had betekend dan een dode senator met een schoon geweten.
En zijn zwijgen had een prijs die hij zelf niet betaalde. Wie wegloopt uit de zaal, laat de zaal achter aan de mensen die blijven. Tacitus, die bewondering voor hem had, stelt die vraag ook, en beantwoordt hem niet.
In welke vergadering, welk gesprek of welke groepsapp knik jij mee met iets waar je niet achter staat? En wat is jouw versie van opstaan en weglopen?
Yours, Not Yours · Een stoïcijnse oefenplek · Alle casussen · Vraag of suggestie