HomeCasussen
Geld en bezit

Seneca en de aanklacht van rijkdom

In het jaar 62 was Seneca's positie aan het hof onhoudbaar geworden. Zijn bondgenoot Burrus was gestorven, Nero had zich omringd met nieuwe adviseurs, en er werd openlijk gefluisterd over de rijkdom van de filosoof die matiging predikte.

Die rijkdom was werkelijk enorm. Antieke bronnen noemen een vermogen van driehonderd miljoen sestertiën, opgebouwd uit landgoederen, wijngaarden en leningen die tot in Brittannië uitstonden. Zijn tegenstanders vroegen hoe iemand die schrijft dat bezit onverschillig is, zoveel bezit kan verzamelen.

Hij vroeg Nero om een gesprek. Tacitus geeft beide toespraken vrijwel woordelijk weer. Seneca bood aan zijn hele vermogen terug te geven aan de keizer en zich terug te trekken: alles wat hij had, had hij van Nero gekregen, en hij droeg het niet langer goed. Nero weigerde, met warme woorden en een omhelzing.

Wat er daarna gebeurde

Seneca trok zich alsnog terug. Hij ontving nauwelijks nog bezoek, meldde zich ziek, en bleef weg van het hof.

In de drie jaar die volgden schreef hij zijn belangrijkste werk: de honderdvierentwintig brieven aan Lucilius en de Natuurkundige vraagstukken. Het zijn de teksten waaraan hij zijn plaats in de geschiedenis dankt, en ze zijn geschreven door een man die wist dat zijn tijd op was.

In 65 werd hij in verband gebracht met de samenzwering van Piso en beval Nero hem te sterven. Of hij er werkelijk bij betrokken was, is nooit vastgesteld.

Het kruispunt

Je wordt aangevallen op een punt waar de aanval hout snijdt, door mensen die het niet menen.

De sortering

De verleidelijke sortering is dat Seneca gelijk had of dat hij een hypocriet was. Beide zijn te makkelijk.

De leer zelf is helder: bezit is een onverschillige zaak, en je mag het hebben zolang je het niet nodig hebt. Seneca beroept zich daarop, en het is een geldig beroep. Maar hij weet ook dat de vraag niet gaat over de leer maar over hem, en dat is precies het deel dat hij niet kan winnen.

De splitsing die hij maakt is daarom praktisch. Wat men van hem vond en of Nero hem geloofde, lag niet bij hem; hij kon het gerucht niet de kop indrukken. Wat wel bij hem lag was of hij het geld zou aanbieden, en dat deed hij. De weigering van Nero maakte hem niet minder oprecht, alleen minder geloofwaardig.

En er zit een wrange bevestiging in wat volgde. Hij kon zijn vermogen niet kwijtraken, maar hij kon wel weglopen van het hof en gaan schrijven. Dat is wat hij deed, en dat is wat er overbleef.

De tegenwerping

De eerlijkste tegenwerping is dat hij te lang bleef. Hij diende een keizer die zijn moeder liet vermoorden en schreef de verantwoording daarvoor aan de senaat. Hij verdedigde later dat hij van binnenuit erger had voorkomen, en dat is een argument dat elke medeplichtige kan gebruiken.

Wat er niettemin overeind blijft, is dat hij het zelf opschreef. Zijn brieven zijn niet het verslag van iemand die het kan, maar van iemand die het probeert en steeds vaststelt dat hij het niet haalt. Als voorbeeld deugt hij matig. Als getuige is hij nauwkeuriger dan wie ook.

De vraag aan jou

Waar zit bij jou de kloof tussen wat je vindt en hoe je leeft? En als je die niet in één keer kunt sluiten: wat is de terugtrekking van binnen die vandaag al kan?

BronnenTacitus, Annalen XIV.52 tot 56 over het gesprek met Nero; Seneca, Brieven aan Lucilius, geschreven in de jaren erna.
Oefen dit zelf

Verwant

Cleanthes en de waterputtenGeld en bezitCrates en het weggegeven fortuinGeld en bezitDemetrius en het geschenk van de keizerGeld en bezit

Yours, Not Yours · Een stoïcijnse oefenplek · Alle casussen · Vraag of suggestie