Seneca was een van de rijkste mannen van Rome: landgoederen, wijngaarden, leningen door half het rijk. Zijn vijanden roken de tegenstrijdigheid en vielen hem daar aan: een filosoof die soberheid predikt vanuit een paleis. In het jaar 62 deed Seneca iets ongehoords: hij vroeg keizer Nero in een persoonlijk gesprek om zijn hele vermogen terug te nemen, zodat hij zich kon terugtrekken. Nero weigerde vriendelijk; het stond te slecht als zijn leermeester vertrok. Seneca boog voor de vorm en veranderde de inhoud: hij trok zich terug uit het hof, leefde eenvoudig, en schreef in die laatste jaren zijn brieven aan Lucilius, het werk waarmee hij tweeduizend jaar later nog gelezen wordt.
Aangevallen worden op de kloof tussen wat je zegt en wat je bezit, terwijl de machtigste man van de wereld je niet laat gaan.
Zijn reputatie, de spot en het antwoord van Nero: niet van hem. Wat hij met zijn dagen en zijn bezit deed wel. Seneca had zelf al geschreven hoe de verhouding hoort: de wijze bezit zijn rijkdom, de dwaas wordt erdoor bezeten; alles wat hij had, hield hij met open handen. Toen vertrekken niet mocht, vertrok hij van binnen.
Waar zit bij jou de kloof tussen wat je vindt en hoe je leeft? En als je die niet in één keer kunt sluiten: wat is de terugtrekking van binnen die vandaag al kan?
Yours, Not Yours · Een Stoïsche oefenplek · Alle casussen