Cleanthes kwam uit Assos in Klein-Azië en arriveerde volgens de overlevering in Athene met vier drachmen op zak, ongeveer het dagloon van een geschoolde arbeider. Hij was bokser geweest.
Hij wilde studeren bij Zeno, en het schoolgeld en zijn levensonderhoud moesten ergens vandaan komen. Dus werkte hij 's nachts: water putten uit de bronnen en tuinen begieten, zwaar en slecht betaald werk dat niemand anders wilde. Overdag zat hij in de zuilengang bij de lessen.
De Atheners vonden het verdacht. Een man zonder zichtbaar inkomen die de hele dag naar filosofen luisterde: dat rook naar diefstal. Hij werd voor de raad gedaagd om te verklaren waar hij van leefde. Hij liet de tuinman en de vrouw voor wie hij meel maalde getuigen, en de raad wilde hem uit bewondering een geldbedrag toekennen. Zeno verbood hem het aan te nemen.
Hij studeerde negentien jaar bij Zeno en volgde hem rond 262 voor Christus op als hoofd van de school, die hij ruim dertig jaar leidde.
Zijn tijdgenoten vonden hem traag van begrip, en hij sprak dat niet tegen. Hij noemde zichzelf een schrijftablet dat indrukken langzaam opneemt maar wel diep vasthoudt. Andere leerlingen waren sneller; niemand van hen leidde de school.
Van hem is de Hymne aan Zeus bewaard gebleven, het langste aaneengesloten stoïsche tekstfragment uit de vroege periode. En van hem komt de regel die Seneca later vertaalde en beroemd maakte: het lot leidt wie wil, en sleurt wie niet wil.
Je hebt geen geld, geen aanleg en geen tijd. Wat je wel hebt is de nacht, en de bereidheid hem te gebruiken.
De verleidelijke sortering is dat hij het redde door hard te werken, en dat is de versie voor op een motivatieposter.
Wat er werkelijk gesorteerd wordt is preciezer. Zijn armoede, zijn traagheid van begrip en het oordeel van de Atheners lagen buiten hem; hij kon niet slimmer worden en niet rijker geboren zijn. Wat wel bij hem lag was of hij die nachten zou gebruiken, en of hij zou blijven komen terwijl anderen sneller vorderden.
De scherpste toets is het aanbod van de raad. Hij mocht geld ontvangen, verdiend met bewondering, en hij nam het niet aan. Daarmee hield hij zijn onafhankelijkheid, en die was het punt van de hele oefening; wie wordt betaald om filosoof te zijn, is iets anders geworden.
Dat hij negentien jaar student bleef terwijl hij het langzaamst leerde, is het eigenlijke verhaal. Hij vergeleek zich niet met de anderen. Hij kwam terug.
Verhalen als dit worden gemakkelijk gebruikt om te zeggen dat iedereen het kan als hij maar wil, en dat is niet waar. Cleanthes was gezond, sterk genoeg om te boksen en te sjouwen, en hij leefde in een stad waar onderwijs gratis op straat te horen was. Wie ziek is, kinderen heeft of in een land woont zonder zulke zuilengangen, heeft die nachten niet.
De Stoïcijnen zouden dat trouwens beamen. Zij noemden gezondheid en gelegenheid voorkeurszaken: niet het goede zelf, maar wel dingen die het makkelijker maken. Dat Cleanthes ze had, maakt zijn volharding niet minder, maar het maakt zijn verhaal geen bewijs.
Wat zou jij ervoor over hebben om te leren wat je echt wilt leren? En welke omstandigheid gebruik je nu als reden dat het niet kan, terwijl er ergens een emmer klaarstaat?
Yours, Not Yours · Een stoïcijnse oefenplek · Alle casussen · Vraag of suggestie