Ter dood veroordeeld door Caligula maakte Canus eerst zijn bordspel af, bracht de tien resterende dagen zonder zichtbare onrust door, en liep naar zijn terechtstelling met het voornemen te observeren hoe sterven voelt.
Over Julius Canus is vrijwel niets bekend behalve één scène, en die scène komt uit één bron: Seneca, die er misschien twintig jaar later over schreef. Hij was een Romein van aanzien die in botsing kwam met keizer Caligula. Seneca geeft het gesprek weer dat er een eind aan maakte. Canus had met de keizer geredetwist; bij het weggaan zei Caligula dat hij zich geen hoop moest maken, want het bevel tot zijn dood was gegeven. Canus bedankte hem.
Of hij formeel een Stoïcijn was staat er niet bij. Seneca vermeldt dat een filosoof hem op de laatste gang vergezelde, en behandelt hem als voorbeeld van de gemoedsrust waar de school op mikte. Latere lezers rekenen hem tot de Stoa op grond van zijn gedrag en niet van enig lidmaatschap, en zo hoort het ook beschreven te worden.
Het detail dat het verhaal beroemd maakte is klein en huiselijk. Toen de centurio de veroordeelden van die dag kwam ophalen, zat Canus midden in een partij latrunculi, het Romeinse bordspel. Hij telde de stukken, zag dat hij één voor stond, en zei tegen zijn tegenstander dat die na zijn dood niet moest beweren dat hij gewonnen had. Daarna ging hij mee.
Seneca bedoelt hier geen bravoure mee. Het tellen van de stukken is de demonstratie: wie op zo'n ochtend nog aandacht had voor iets zo onbeduidends, werd niet geregeerd door wat er stond te gebeuren.
Seneca schrijft dat de tien dagen tussen vonnis en voltrekking zonder onrust voorbijgingen. Onderweg naar de plaats van executie vroeg zijn eigen leermeester in de filosofie waar hij aan dacht. Canus antwoordde dat hij besloten had om op dat allersnelste moment te observeren of de ziel zou merken dat zij vertrok; en hij beloofde dat hij, als hij iets ontdekte, bij zijn vrienden langs zou gaan om verslag te doen.
Seneca noemt dit kalmte midden in de storm, en bewondert precies wat het doet: het maakt van iemands eigen terechtstelling een voorwerp van onderzoek.
Heel Canus rust op Seneca. Er is geen onafhankelijke bevestiging van het spel, de tien dagen of de opmerking onderweg, en Seneca schreef een troostgeschrift, geen kroniek. Dat maakt het geen verzinsel, maar het betekent wel dat juist de scherpste details het meest kans hebben in de vertelling te zijn bijgeslepen. Wat je kunt zeggen is dat een Romeins publiek van de eerste eeuw de scène geloofwaardig hoorde te vinden.
Canus is de zuiverste illustratie van de verdeling waar deze site op is gebouwd, omdat zijn geval elke troost wegneemt. Er kwam geen gratie, geen ommekeer, geen tiran die iets leerde. Niets aan de afloop was van hem. Wat van hem bleef was smal en volledig: de aandacht die hij aan die tien dagen gaf, de juistheid van de stellingtelling, en de vraag waarmee hij zijn laatste minuten wilde vullen.
Yours, Not Yours · Een stoïcijnse oefenplek · Alle casussen · Vraag of suggestie