Julius Canus, een filosoof aan het hof van keizer Caligula, had de keizer tegengesproken. Caligula veroordeelde hem ter dood en liet hem tien dagen wachten. Canus bracht die dagen ongeveer door zoals de dagen ervoor. Toen de centurio hem kwam halen, zat hij een bordspel te spelen. Hij telde de stukken, wees naar zijn tegenstander en zei: je bent getuige dat ik één stuk voorstond. Tegen zijn huilende vrienden zei hij: jullie vragen je af of de ziel onsterfelijk is; ik weet het zo meteen. Seneca vertelde het verhaal in zijn boek over gemoedsrust, niet als heldendaad maar als bewijs dat een mens zijn laatste tien dagen zelf kan invullen.
Tien dagen die van niemand meer zijn: te kort om iets te beginnen, te lang om vol te houden. De verleiding is om alvast dood te gaan.
Het vonnis, de datum en de centurio: van de keizer. De tien dagen zelf: van Canus. Hij weigerde het deel dat hem was afgenomen te betalen met het deel dat hij nog had, en speelde zijn partij uit. Dat de tegenstander zijn voorsprong moest bevestigen, is geen bravoure maar de kern: er stond nog iets op het spel dat hem toebehoorde.
Op welke uitkomst wacht jij, en hoeveel van je dagen betaal je nu al vooruit? Wat is jouw partij die je gewoon kunt uitspelen?
Yours, Not Yours · Een Stoïsche oefenplek · Alle casussen