Julius Canus had ruzie gehad met Caligula, en dat liep zoals zulke ruzies onder die keizer afliepen: hij werd ter dood veroordeeld. Toen Canus wegliep, riep Caligula hem na dat hij zich geen valse hoop moest maken: hij had al bevel gegeven hem weg te voeren. Canus antwoordde dat hij hem dankte.
Tussen vonnis en voltrekking lagen tien dagen. Dat was een gebruikelijke wreedheid: de veroordeelde mocht wachten.
Canus bracht die dagen door zoals alle dagen ervoor. Op de laatste dag zat hij een bordspel te spelen, waarschijnlijk latrunculi, een spel met stenen op een raster. Toen de centurio langskwam om de veroordeelden op te halen, telde hij zijn stenen, keerde zich naar zijn medespeler en zei: let erop dat je na mijn dood niet beweert dat je gewonnen hebt. Toen vroeg hij de centurio om te getuigen dat hij één steen voorstond.
Seneca vertelt het verhaal in zijn boek over de gemoedsrust, geschreven voor zijn vriend Serenus die klaagde over innerlijke onrust.
Wat opvalt aan zijn versie is wat er níet in staat. Canus wordt niet neergezet als martelaar, niet als held en niet als iemand die iets bewijst. Seneca beschrijft een man met een opgeruimd humeur die zijn laatste dagen niet anders inrichtte dan zijn eerste.
Onderweg vroeg een filosoof hem waar hij nu aan dacht. Canus antwoordde dat hij van plan was op te letten of hij op het moment zelf zou merken dat hij wegging. Hij behandelde zijn eigen dood als het volgende onderzoek.
Je hebt tien dagen. Je kunt ze besteden aan wat komen gaat, of aan wat er nog is.
De verleidelijke sortering is dat Canus onverschillig was. Onverschilligheid speelt geen bordspel; die legt het spel weg omdat niets er nog toe doet. Hij deed het omgekeerde.
De splitsing is eenvoudig en zwaar. Het vonnis, de tien dagen en de afloop lagen bij Caligula. Wat overbleef waren de dagen zelf, en die waren van hem: hoe hij ze doorbracht, en wie hij erin was.
De grap over het bordspel is daarom geen bravoure maar een aanwijzing. Wie tot op de laatste minuut nog vindt dat een spel eerlijk moet worden afgemaakt, heeft de dood niet in het middelpunt van zijn aandacht gezet. Hij liet zijn laatste uur niet opeisen door wat er daarna kwam.
En zijn opmerking tegen de filosoof is de scherpste. Hij nam zich voor op te letten. Dat is de houding van iemand die zijn nieuwsgierigheid als laatste bezit beschouwt, en nieuwsgierigheid is inderdaad het enige dat een centurio niet kan afnemen.
Het verhaal komt van Seneca, die er belang bij had dat het zo gegaan was; hij schreef om een vriend te troosten en koos zijn voorbeelden. Of Canus werkelijk zo kalm was, weet niemand, en de tien dagen tussen vonnis en voltrekking zullen niet allemaal op deze manier zijn verlopen.
Er is bovendien iets ongemakkelijks aan de bewondering voor dit soort verhalen. Ze maken van sterven een prestatie waarin je kunt slagen of falen, en dat is precies de druk die mensen aan een sterfbed niet nodig hebben. Wat het verhaal wél bruikbaar maakt is de kleinere versie: niet hoe je sterft, maar of je vandaag laat opeisen door wat morgen komt.
Op welke uitkomst wacht jij, en hoeveel van je dagen betaal je nu al vooruit? Wat is jouw partij die je gewoon kunt uitspelen?
Yours, Not Yours · Een stoïcijnse oefenplek · Alle casussen · Vraag of suggestie