HomeCasussen
Tijd en aandacht

Seneca en de acht jaar Corsica

Seneca stond op het toppunt van zijn loopbaan. Redenaar, schrijver, senator, een man wiens toespraken in Rome werden nagepraat. In het jaar 41, kort na de moord op Caligula en de troonsbestijging van Claudius, werd hij aangeklaagd wegens overspel met Julia Livilla, een zuster van de vermoorde keizer.

Vrijwel alle historici houden de aanklacht voor een politieke constructie, waarschijnlijk gedreven door Messalina, de vrouw van de nieuwe keizer. Bewijs deed er weinig toe. Hij werd veroordeeld tot verbanning naar Corsica: in de eerste eeuw geen vakantiebestemming maar een ruw, dunbevolkt eiland met een slechte reputatie, ver van alles wat hij was.

Hij bleef er acht jaar, van 41 tot 49. Wat hij daar deed is bewaard gebleven, en het is ongemakkelijk om te lezen. Hij schreef een troostbrief aan zijn moeder waarin hij haar uitlegt dat zijn ballingschap hem niets ontneemt wat werkelijk van hem is. En hij schreef een brief aan Polybius, een machtige vrijgelatene aan het hof, vol vleierij, in de hoop teruggehaald te worden.

Wat er daarna gebeurde

Zijn terugkeer had niets met gerechtigheid te maken. In het jaar 49 trouwde Claudius met Agrippina, en zij haalde Seneca terug om haar zoon les te geven. Die zoon was Nero.

Seneca werd zo leermeester en later adviseur van de man die hem uiteindelijk de dood in zou drijven. Vijf jaar lang, met zijn bondgenoot Burrus, bestuurde hij feitelijk het rijk, en die jaren gelden als de best geregeerde van Nero's bewind. Daarna verloor hij zijn greep. In 62 vroeg hij Nero zijn hele vermogen terug te mogen geven en zich terug te trekken; dat werd geweigerd, maar hij trok zich terug. In 65 werd hij in verband gebracht met een samenzwering en beval Nero hem te sterven.

Het kruispunt

Acht jaar op een eiland, veroordeeld voor iets wat je niet hebt gedaan, zonder zicht op een einde. Je kunt wachten, je kunt vleien, of je kunt werken.

De sortering

De verleidelijke sortering is dat Seneca zijn ballingschap voorbeeldig droeg. Zijn eigen brieven ontkennen dat. Naast de kalme troost aan zijn moeder staat de brief aan Polybius, waarin hij zich vernedert tegenover een hoveling in de hoop op terugkeer. Die twee brieven zijn door dezelfde man in dezelfde jaren geschreven.

Dat maakt de casus juist bruikbaar. Het vonnis, het eiland, de macht van Messalina en de duur van zijn straf: allemaal buiten hem. Wat wel bij hem lag was wat hij met acht jaar deed, en daar zit een gemengd antwoord: hij schreef werk dat tweeduizend jaar meeging, én hij schreef dingen die hij later liever niet meer zou teruglezen.

De sortering die hij zelf aanreikt is de scherpste. Aan zijn moeder schrijft hij dat verbanning niets meer is dan een verandering van plaats, en dat alles wat werkelijk van hem is met hem meereist. Dat is precies de twee bakjes, opgeschreven door iemand die er middenin zat.

De tegenwerping

Het is redelijk om te vragen of Seneca zijn eigen leer haalde. Hij predikte onthechting van rijkdom en was een van de rijkste mannen van het rijk. Hij schreef over standvastigheid en vleide een hoveling om thuis te komen. Hij onderwees een keizer die zijn moeder liet vermoorden, en bleef aan.

De eerlijkste lezing is niet dat hij een hypocriet was, maar dat hij iemand was die oefende, het niet altijd haalde, en dat opschreef. Zijn brieven zijn geen verslag van iemand die het kan, maar van iemand die het probeert.

De vraag aan jou

In welke wachtkamer van je leven zit jij nu? En wat zou je daar kunnen maken als je stopt met naar de deur staren?

BronnenTacitus, Annalen XII tot XV; Cassius Dio boek 61. Seneca's eigen werk uit die jaren: Troost aan Helvia en Troost aan Polybius.
Oefen dit zelf

Verwant

Boethius en het radTijd en aandachtHet standbeeld dat het overleefdeTijd en aandachtSeneca boven het badhuisTijd en aandacht

Yours, Not Yours · Een stoïcijnse oefenplek · Alle casussen · Vraag of suggestie