Fannia was de dochter van Thrasea en de vrouw van Helvidius Priscus, en volgde haar man twee keer in ballingschap voor hij werd terechtgesteld. Daarna vroeg ze de schrijver Herennius Senecio om een levensbeschrijving van haar man te maken, en gaf hem daarvoor zijn dagboeken. Onder keizer Domitianus was dat levensgevaarlijk. Toen Senecio terechtstond, wees hij naar haar. De aanklager vroeg dreigend of zij erom had gevraagd. Ik heb het hem gevraagd, zei ze. Gaf u hem de dagboeken? Die heb ik gegeven. Wist uw moeder ervan? Nee. Volgens Plinius sprak ze geen woord dat haar eigen gevaar had kunnen verkleinen. Ze werd verbannen, haar bezit werd geconfisqueerd, en de dagboeken en het boek nam ze mee.
Je kunt jezelf redden met één klein voorbehoud, en het kost je alleen de waarheid. Bijna niemand zou het je kwalijk nemen.
Het proces, de aanklager en het vonnis: niet van haar. Haar antwoord wel, woord voor woord. Fannia zag dat er maar één ding op het spel stond wat werkelijk van haar was, en dat was niet haar vrijheid. Ze verloor alles behalve dat, en juist daardoor bestaat de nagedachtenis van haar man nog.
Waar zou jij een klein voorbehoud maken om jezelf uit de wind te houden? En wat zou dat voorbehoud je precies kosten?
Yours, Not Yours · Een Stoïsche oefenplek · Alle casussen