In Korinthe, kort nadat de Griekse staten hem tot aanvoerder tegen Perzië hadden benoemd, ging Alexander op zoek naar de filosoof over wie iedereen sprak. Hij vond hem liggend in de zon voor zijn onderkomen. De machtigste man van de bekende wereld stelde zich voor en bood aan hem te geven wat hij maar wilde. Diogenes keek op en vroeg of hij een stukje opzij wilde gaan, want hij nam de zon weg. Het gezelschap lachte hem uit. Alexander niet. Toen ze wegreden en zijn officieren spottende opmerkingen maakten, zei hij dat hij, als hij Alexander niet was, Diogenes zou willen zijn.
Diogenes van Sinope was uit zijn geboortestad verbannen na een affaire rond het vervalsen van munten, en leefde in Athene en later Korinthe in uiterste eenvoud, volgens de overlevering in een grote voorraadkruik. Hij stichtte geen school maar een manier van leven die het cynisme werd genoemd. De ontmoeting wordt gedateerd op 336 voor Christus, toen Alexander net de leiding had gekregen over de veldtocht tegen Perzië. Voor de stoïcijnse traditie is Diogenes geen zijpad: hij onderwees Crates, en Crates onderwees Zeno van Citium. De lijn van deze man zonder bezit loopt dus rechtstreeks naar de school die later keizers zou vormen.
Iemand die je werkelijk alles kan geven, vraagt wat je wilt. Elk antwoord dat je geeft, zegt in welk bakje jij je geluk hebt gelegd.
Wat Alexander te vergeven had was rijkdom, positie, veiligheid, invloed: allemaal dingen die hij ook weer kon afnemen, en die dus nooit werkelijk van Diogenes zouden worden. Wat Diogenes wel vroeg was het enige dat de ander hem afnam op het moment zelf: zijn licht. Niet uit brutaliteit, maar omdat hij nauwkeurig was.
Als iemand jou vandaag hetzelfde aanbod deed, wat zou je vragen? En hoeveel daarvan ligt in het bakje dat een ander kan geven?
Yours, Not Yours · Een stoïcijnse oefenplek · Alle casussen · Vraag of suggestie