Musonius Rufus onderwees in Rome in de eerste eeuw, in een samenleving waarin de opvoeding van meisjes zelden verder ging dan wat nodig was om een huishouden te leiden. Filosofie was iets voor zonen.
Twee van zijn bewaarde verhandelingen gaan daar rechtstreeks tegenin. In de eerste betoogt hij dat ook vrouwen filosofie moeten studeren. Zijn redenering is nuchter: vrouwen hebben dezelfde zintuigen, dezelfde rede en dezelfde aanleg voor deugd als mannen, en wie dat toegeeft kan niet volhouden dat de oefening voor hen niet bedoeld is.
In de tweede stelt hij de vraag of dochters dezelfde opvoeding verdienen als zonen, en beantwoordt hij haar bevestigend. En in een derde tekst gaat hij nog verder: hij verwerpt de dubbele seksuele moraal die in Rome vanzelfsprekend was. Wat voor een vrouw ontoelaatbaar heet, is dat voor een man evenzeer.
Zijn positie was uitzonderlijk maar niet uniek binnen de Stoa, die vanaf Zeno had geleerd dat de rede bij iedereen hetzelfde werkt. Zeno had zelfs geschreven dat mannen en vrouwen dezelfde kleding moesten dragen, omdat er geen deel van de deugd is dat alleen voor de een geldt.
In de praktijk veranderde er weinig. Onderwijs aan meisjes bleef in Rome zeldzaam, en de Stoa heeft nooit een beweging gevormd die dat afdwong. Wat er wel was, waren enkele vrouwen die filosofie bedreven en van wie de naam bewaard bleef: Hipparchia, twee eeuwen eerder, en later Fannia, die uit precies deze kring kwam.
Musonius' eigen leerling Epictetus nam de gedachte over zonder haar opnieuw uit te spreken. Zijn colleges spreken de toehoorder aan als mens, niet als man.
Je onderwijst een leer die zegt dat de rede bij iedereen hetzelfde werkt, in een stad die dat in de praktijk ontkent.
De verleidelijke sortering is dat Musonius vooruitstrevend was. Dat woord past er slecht op, want hij pleitte niet voor gelijke rechten; hij trok een gevolgtrekking uit de leer die hij toch al onderwees.
De splitsing zit hier. Of de Romeinse samenleving zou veranderen, of iemand naar hem zou luisteren en of zijn verhandelingen bewaard zouden blijven: allemaal buiten hem, en het antwoord bleek grotendeels nee. Wat wel bij hem lag was of hij de gevolgtrekking zou maken en uitspreken.
Dat is een oefening die in de andere casussen minder zichtbaar is. Hier gaat het niet over dragen wat je overkomt, maar over de bereidheid je eigen redenering af te maken, ook wanneer de uitkomst ongemakkelijk is voor de wereld waarin je leeft.
En er zit een toets in die nog steeds bruikbaar is. Wie een beginsel aanhangt en het niet toepast waar het hem slecht uitkomt, hangt geen beginsel aan maar een gewoonte.
Het is verleidelijk om Musonius tot een moderne geest te maken, en dat is hij niet. Hij vond nog steeds dat de belangrijkste taak van een vrouw het huishouden en het gezin was; zijn punt was dat zij daarvoor filosofie nodig had, niet dat zij iets anders zou moeten doen. Wie zijn teksten leest als pleidooi voor gelijkheid, leest er meer in dan er staat.
En zijn voorbeeld laat zien hoe weinig een juiste redenering uitricht zonder macht om haar door te voeren. Hij had gelijk, hij zei het, en het veranderde vrijwel niets. Dat is geen argument tegen hem, maar het is wel een correctie op het idee dat goed denken vanzelf tot verandering leidt.
Welke vanzelfsprekendheid in jouw omgeving zou je bij nader inzien niet kunnen verdedigen? En wat is het kleinste dat je erover kunt zeggen of doen?
Yours, Not Yours · Een stoïcijnse oefenplek · Alle casussen · Vraag of suggestie