Stilpo van Megara was een van de beroemdste filosofen van zijn tijd; de jonge Zeno zou later bij hem studeren. Toen koning Demetrius zijn stad veroverde en plunderde, verloor Stilpo in één dag alles: zijn huis, zijn bezit, en volgens Seneca ook zijn gezin. Hij kwam alleen uit de rokende puinhopen gelopen. Demetrius, die de filosoof wilde sparen, vroeg hem of hij iets verloren had, en bood aan zijn verliezen te vergoeden. Stilpo's antwoord werd een van de beroemdste zinnen van de oudheid: ik heb niets verloren, alles wat van mij is, draag ik bij me. Hij bedoelde zijn inzicht, zijn karakter, zijn rust. Seneca vertelde het verhaal telkens opnieuw aan wie het horen wilde: kijk, het kan.
Het maximale verlies: alles tegelijk, buiten elke schuld, zonder waarschuwing. De vraag die overblijft is of er dan nog iets van je over is.
De stad, het huis en het lot van wie hem lief waren: nooit van hem geweest, hoe ondraaglijk dat klinkt. Wat de soldaten niet konden dragen, konden ze ook niet stelen: zijn oordeel, zijn wijsheid, zijn manier van in de wereld staan. Stilpo's zin is geen ontkenning van het verdriet; het is de inventaris van wat overeind bleef.
Maak de inventaris eens voor jezelf: als alles wegviel wat buiten je ligt, wat draag je dan nog bij je? En besteed je aan dat deel evenveel onderhoud als aan de rest?
Yours, Not Yours · Een Stoïsche oefenplek · Alle casussen